Opinie Trouw: Debat over ‘isoleercel’ is klap in gezicht van ggz-verpleegkundigen

8819 keer. Zó vaak werd in 2023 een patiënt in de ggz fysiek ingesloten. Dat is te veel, 8819 keer te veel. Ik zal als verpleegkundige op een High & Intensive Care (HIC), voor acute psychiatrische zorg, de eerste zijn die dat toegeeft. Niemand wil iemand insluiten. Ook ik niet.

‍Maar als ik de oproep van patiëntenplatform Mind lees voor een wettelijk verbod op insluiting lees (Trouw, 13 mei), voel ik gemengde gevoelens. Niet vanwege het doel — dat steun ik — maar vanwege de manier waarop het debat gevoerd wordt. De argumentatie en gebruikte woorden doen geen recht aan de werkelijkheid op de werkvloer. Sterker nog: deze simplificatie van een complex probleem is gevaarlijk. En een klap in het gezicht van iedereen die dag in, dag uit probeert goede zorg te leveren op de donkerste momenten van iemands leven.

‍Op de HIC is het onze kerntaak om verplichte zorg te voorkomen. We doen er alles aan om alternatieven te bieden voor insluiting: aanwezig zijn, nabijheid bieden, comfortrooms, gesprekstechnieken, sporten, virtual reality, muziek, 2-op-1-begeleiding. En ja, dat lukt vaak. Maar niet altijd. Dan is het te makkelijk gedacht dat een wettelijk verbod gaat helpen. Want insluiting is een keuze uit noodzaak. Het is een gevolg van een zorgsysteem dat overbelast is: met bijna 100.000 mensen op de wachtlijst, personeelstekorten en structurele onderfinanciering.

Niet insluiten, maar wat dan?

En dan moet je als verpleegkundige kiezen. Geen insluiting meer. Maar wat dan? Medicamenteuze separatie? Achter gesloten deuren, verdoofd door antipsychotica of benzodiazepines? Dat lijkt menselijker, maar is het vaak niet. Met gedwongen medicatie maak je inbreuk op iemands lichamelijke integriteit. Net zo traumatiserend, vaak.

De woorden ‘separatie’ en ‘eenzame opsluiting’ roepen beelden op van kale isoleercellen, van dwang en leegte. In het debat wordt daar gretig gebruik van gemaakt. Maar de werkelijkheid is anders. Op onze HIC in Nijmegen is de extra beveiligde kamer licht, ruim en gericht op veiligheid én comfort. Patiënten staan onder voortdurend toezicht, hebben toegang tot een toilet, water, een multimediasysteem. En — belangrijker nog — ze zijn zelden alleen.

Laatst, in de nacht, was een patiënt ernstig psychotisch en fysiek agressief. Hij kwam niet tot rust in de EBK, de extra beveiligde kamer. De deur openen was te risicovol. Dus wat doe je dan? Mijn collega zette een stoel tegen het raam, draaide muziek en bleef daar drie uur zitten. De deur was dicht, maar hij was nabij. Overdag zijn mijn collega’s en ik vrijwel voortdurend bij de patiënt in de EBK. De deur naar de voorruimte, douche, toilet en tuin staat vaker open dan dicht.

We maken voortdurend inschattingen

Het werk op een HIC is intens. Zelden zitten wij op kantoor. Ons werk speelt zich af op de afdeling, tussen mensen in crisis. We maken voortdurend inschattingen: is het veilig? Ontregelt iemand, dan bieden we meer nabijheid. We stellen grenzen en proberen ondertussen het contact te behouden. Agressie en dreiging zijn — helaas — dagelijkse realiteit. ‘Dat hoort erbij,’ zeggen mensen soms. Maar wat het met ons doet, komt zelden naar voren.

Als verpleegkundigen in de ggz dragen we het lijden van anderen op onze schouders. Dag in, dag uit. Als daar geen erkenning voor is — professioneel, maatschappelijk, politiek — raken we uitgeput. Haken we af. En dat gebeurt al: het verloop op HIC’s is gigantisch. Helaas.

Wie écht verandering wil, moet verder kijken dan het frame van ‘separatie’ of ‘eenzame opsluiting’. Er is geen quick fix. We hebben intensievere zorg nodig, minder patiënten en meer menskracht. Meer tijd om werkelijk aanwezig te zijn bij mensen die het contact met zichzelf en de wereld zijn kwijtgeraakt. Tot die tijd is de HIC zoals die nu is de meest humane plek die we kunnen bieden.

Insluiting is geen keuze die wij wíllen maken. Het is een keuze die we soms móéten maken, omdat het systeem faalt. Wie insluiting wil verbieden, moet eerst zorgen dat het niet meer nodig is. Dat begint met het terugdringen van wachtlijsten, het versterken van de acute zorg, en investeren in menskracht en nabijheid. Tot die tijd is elke veroordeling zonder oplossing een lege leus. Geen wet verandert wat kapotte systemen in stand houden.

Jorn Albers is verpleegkundige op een High & Intensive Care in de psychiatrie

‍ ‍

Volgende
Volgende

Opinie NRC: Politiek en samenleving gokken dat de zorg tóch wel doordraait